Het gemeentefonds kent een aantal grote ontwikkelingen

  • Decentralisatie van rijkstaken
    In 2015 zijn rijks- en provinciale taken overgeheveld naar gemeenten omdat ze als 'eerste overheid' dichter bij de burgers staan. We praten over AWBZ begeleiding, jeugdzorg en Participatiewet, in totaal gaat het om € 10,3 miljard, het gemeentefonds nam met 60% toe. De gelden zijn de eerste jaren aan de gemeenten verstrekt in de vorm van een zogenaamde integratie-uitkering sociaal domein, en kunnen ontschot worden ingezet. In 2015 vond de verdeling plaats op basis van historische kosten. Met ingang van 2016 zijn per taak objectieve verdeelmodellen toegepast. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de zgn. Multi-level-methode waarbij op meerdere niveau's (individu, gezin, buurt, gemeente, regio) een inschatting wordt gemaakt van de KANS dat gebruik wordt gemaakt van voorzieningen. In 2019 is € 7 miljard overgeheveld naar de maatstaven van de algemene uitkering. In feite is gebruik gemaakt van dezelfde maatstaven die werden toegepast in de onderliggende verdeelmodellen van de integratie-uitkering. De verdeelwijze daarvan vertoont wel wat gebreken, met name bij jeugdzorg. Een verbetering zal worden opgepakt bij de wijziging van de Financiële VerhoudingsWet 2021.
  • Normeringsmethodiek
    We praten over de voeding van het gemeentefonds wegens 'samen de trap op en samen de trap af'. De methodiek leidt tot een grote fluctuaties, zowel tussen de jaren als binnen de jaren over de circulaires heen. Zie voor een overzicht onderstaande link. De weerstand bij gemeenten groeit omdat het bijna ondoenlijk is een stabiele begroting op te stellen. In 2018 is de basis van de voeding van de algemene uitkering verruimd van de Netto Gecorrigeerde Rijksuitgaven (± € 100 miljard) naar de Accres Relevante Uitgaven ( ± € 250 miljard). De eerstvolgende evaluatie van de methodiek wordt voorzien in 2020, waarbij een eventueel nieuw systeem moet ingaan in 2022. In de tussentijd wordt bezien voor de jaren 2020 en 2021 noodmaatregelen te treffen die vooral zien op het lopende jaar.
  • Wijziging verdeelstelsel
    Er zijn tal van ontwikkelingen die een nieuw uitkerings- en verdeelstelsel nodig maken. Bij uitkeringsstelsel praten we over de vraag of compensatie verleend moet worden via een specifieke uitkering, decentralisatie-uitkering of algemene uitkering. Bij het verdeelstelsel praten we over een nieuwe clusterindeling, een algehele kostenoriëntatie van die clusters, aansluiting op ontwikkelingen als regionalisering, centrumfunctie, verevening, economisch sterke regio's en dergelijke. Er zullen herverdeeleffecten ontstaan die met een suppletie worden geëgaliseerd. In de meicirculaire 2020 worden de resultaten verwacht.
  • Verruiming lokaal belastinggebied
    De risicopositie van gemeente is toegenomen als gevolg van de taakoverdracht in het sociaal domein. Daardoor is behoefte ontstaan aan meer financiële armslag dat kan worden bewerkstelligd door een verruiming van het lokaal belastinggebied. Dit helpt tevens mee aan het vergroten van het lokale democratisch besluitvormingsproces omdat de trits beslissen, betalen en genieten meer in één hand komt. Uiteindelijk is deze ontwikkeling tijdens de vorming van het kabinet Rutte III niet in het regeerakkoord terecht gekomen. Er wordt namelijk een omvangrijke herziening van het rijksbelastingstelsel doorgevoerd met een verlaging van belasting op arbeid. Het is dan voor burgers weinig zichtbaar wat het effect daarvan is, als tegelijk ook verlaging van inkomstenbelasting wordt doorgevoerd door de verruiming van het lokale belastinggebied. Een volgend kabinet zal zich er weer over buigen.